Doorgaan naar hoofdcontent

Heerlijk, die sneeuw?


-Mam, ik ga naar buiten hoor!
-ja is goed mannetje, veel plezier!
-mam...
-ja?
-wil je me even helpen met aankleden?
-tuurlijk, kom maar hier
Dikke vijf minuten later staat er een ingepakt mannetje buiten; moonboots aan (in alle haast nieuw gekocht vandaag, de oude pasten niet meer), skibroek, winterjas, sjaal, handschoenen en bovenop zijn hoofd een muts. Een mooi kadootje; alleen de strik ontbreekt. Ik wens hem veel plezier en wil net aan m'n kopje thee beginnen als mannetje twee zijn wens (die hij eerder niet had, daar had ik uiteraard vooraf naar geïnformeerd) uit:
-mama, mag ik ook naar buiten?
-tuurlijk mannetje, zal ik even helpen?
Weer dik vijf minuten later staat mannetje twee buiten; zelfde soort outfit, maatje kleiner. Ze spelen nog geen tien minuten (mijn thee was uiteraard koud, ik was net nieuw water op aan het zetten) als mannetje één weer terugkomt.
-mama, ik heb het zo koud en mijn handschoenen zijn kletsnat!
-kom maar lekker binnen spelen dan, is dat een goed idee?
-ja, ik wil niet meer buiten zijn.
Ik help hem met uitkleden en hang alle natte goed uit op de verwarming. Mannetje twee speelt nog buiten met een buurmeisje, maar komt vijf minuten later ook drijfnat en ijskoud naar de voordeur. Hij klopt op het raam:
-mag ik ook naar binnen?
Hetzelfde ritueel: kleren uit, alles op de verwarming (het past nét), mannetje naar binnen.
Het buurmeisje is ondertussen ook naar binnen gegaan. Ik zet een nieuw bakkie thee, maar ook daar kom ik niet aan toe, want mannetje één ziet dat het buurmeisje er weer is en wil weer naar buiten.
-mam, wil je even helpen?
-natuurlijk kind, kom maar hier
Mannetje één is naar buiten en ik wil net weer gaan zitten als mannetje twee ziet dat zijn grote broer weer naar buiten is.
-Mama, mag ik ook...?
(Zucht)
-natuurlijk mannetje
-wil je... ?
-uiteraard
Mannetje twee is naar buiten. Ik zet de waterkoker maar weer even aan, wie weet... Maar nee. Mannetje één is tot op het bot nat en geeft het op. Hij wil naar binnen.
Tuurlijk.
Uitkleden, verwarming volhangen, kijken of het water inmiddels gekookt heeft. Het wordt al routine. Mannetje één baalt eigenlijk als een stekker en hangt verveeld voor het raam. Het sneeuwt nog steeds en zijn vriendinnetje speelt met zijn broertje buiten. Dat was niet zoals hij het gepland had.
-mama?
-ja?
-ik denk dat ik maar weer naar buiten ga
Maar daar steekt deze mama een stokje voor. Alles is nat en koud, mannetje twee gaat over vijf minuten ongetwijfeld de aftocht blazen en ik ben ondertussen wel toe aan een kopje thee. Eigenlijk. Mijn mannetje is het er niet mee eens, maar gelukkig komt mijn voorspelling al snel uit: mannetje één klopt op het raam. Of hij naar binnen mag.
Graag!
En daarna is het gedaan voor vandaag. Bouw een toren van Kapla, maak een dorp van Duplo, kijk een film of doe wat je wil, maar we gaan niet meer naar buiten vandaag.
En ik ga een kopje thee drinken.
Nu echt.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Gepuzzel op hoog niveau

‘Oké, dus we gaan onze stakingsdag wat meer ruchtbaarheid geven? Een beetje meer geluid uit de praktijk? Goed idee?’ We hebben een studiemiddag en met het hele team zitten we bij elkaar. Wat gaan we doen 12 december en hoe pakken we dit aan? Allereerst vormen we een werkgroep. Eén collega stelt voor om een column te schrijven over de reden waarom we gaan staken. Het moet een verhaal uit de onderwijspraktijk worden dat alle argumenten ondersteunt en kleur geeft. Maar hoe maak je dan duidelijk hoe urgent het probleem is, zonder te verzanden in een klaagzang of een waslijst met werkzaamheden? Met deze zogenaamde breinbreker gaan wij aan het einde van middag naar huis. Als ik thuis aan tafel samen met mijn oudste zoon een puzzel van 1000 stukjes probeer op te lossen, denk ik na over de column. En ineens weet ik het: het gepuzzel doet me denken aan ons kunst- en vliegwerk wanneer wij vervanging zoeken. Het zoeken naar stukjes, het passen en meten, de frustratie als het juiste stukje niet...

3-0

Het is een gezellige puinhoop op de keukentafel. Er liggen gekleurde stukjes papier, stokjes, steentjes en een bananenschil. De vierjarige aanstichter van de puinhoop zit even verderop; een rode blos op zijn wangen, de benen in kleermakerszit, de ogen gericht op een nieuwe race-app. Ik mompel iets pedagogisch over samen opruimen en roep hem tot de orde. 'Uk wat moet ik met al die papiertjes doen die hier liggen?' 'Die moet je ophangen' 'Ophangen?' 'Ja dat zijn vlaggetjes' 'Eh, vlaggetjes?' 'Ja. Daar moeten nog touwtjes aan' Ik werp kennelijk een nogal onnozele blik op mijn uk, want hij vervolgt met de genadeklap: 'Dat is voor jou. Voor moederdag. Dan gaan we ze ophangen' Slik 'Mooi zijn ze hè?' Hij werpt me zijn allerbeminnelijkste glimlach toe. Ok. Dit is een nieuwe dimensie aan de we-dwarsbomen-altijd-en-op-alle-mogelijke-manieren-het-opruimen terreur van mijn kleine ukken. Sentiment. En het werkt nog ook. ...

Nieuwe schoenen?

Dat je jezelf hoort zeggen: ‘doe je een beetje voorzichtig met je nieuwe schoenen’, terwijl je natuurlijk ook wel weet dat het geen donder uitmaakt wat je zegt. Die schoenen gaan er aan. Maar in je enthousiasme voor de nieuwe schoenen roep je het toch en iets te vaak, met als gevolg dat zoonlief zijn nieuwe schoenen consequent links laat liggen en kiest voor die foeilelijke, afgetrapte sneakers die met draadjes aan elkaar hangen, maar die ‘zo lekker voetballen’. Ok, missie geslaagd: de peperdure schoenen blijven netjes. Prima toch? Maar in een helder moment kom je tot inkeer. Plotsklaps is daar de angst dat ze dat zullen blijven tot het moment komt waarop ze niet meer passen. Dat moment komt dichterbij, dat moment is bijna, dat is misschien wel nu. Dat is er namelijk áltijd van de ene op de andere dag. Paniek! De schoenen moeten gedragen worden. En wel nú! Maar zoonlief weigert mee te waaien met de nukken van z’n moeder en is dus niet zomaar om te praten. Maar je zet door en het nieuw...